Zeewater
De zeeën en oceanen bevatten 97% van al het water op aarde, 2% ligt vast in de ijskappen en slechts 1% is zoetwater. In de loop van de wereldgeschiedenis is het water in de zeeën zout geworden omdat er allerlei stoffen uit de gesteenten in zijn opgelost. Als je 10 liter zeewater laat verdampen blijven er twee kopjes zeezout over.
Stelt u zich voor: op een mooie zomerse vakantiedag vaart u een stukje de Noordzee op en schept een emmertje water. Een liter Noordzeewater bevat dan (bij een watertemperatuur van 10 graden Celsius en een gemiddelde luchtdruk) 31 tot 35 gram zout, 11,7 kubieke centimeter stikstof (N2), 6,4 kubieke centimeter zuurstof (O2) en 0,31 kubieke centimeter kooldioxide (CO2). Behalve zout en deze gassen bevat zeewater kleine hoeveelheden van allerlei andere anorganische en organische stoffen. Dit zeewater is het leefmilieu van plantaardig- en dierlijk plankton, en van grotere planten en dieren.
Het water in de Noordzee is door zwevend zand, slik, andere stoffen en plankton vooral dicht bij de kust veel troebeler dan het water in de Atlantische oceaan. Dit materiaal is van belang voor het transport en de binding van veel schadelijke stoffen.
99,9% van zeezout bestaat uit natriumchloride (keukenzout), met spoortjes magnesiumsulfaat, calciumcarbonaat, kaliumbromide, strontiumzouten en fluoriden. Fosfaat-, nitraat- en silicaatzouten (nutriënten) komen in schoon, niet overbemest zeewater maar weinig voor. Van andere elementen, waaronder ijzer, mangaan, koper, zink, molybdeen, vanadium en kobalt zitten in minieme hoeveelheden in het zeewater. IJzer is de beperkende factor voor de groei van algen in het poolgebied.
In zeewater zit ook een heel klein beetje goud. De winning van dit goud kost echter veel meer dan dat het opbrengt, hebben Duitse wetenschappers na de eerste wereldoorlog (1914-1918) vastgesteld. Men had toen bedacht dat de winning van goud uit zeewater een goede oplossing was om de Duitse goudschuld af te lossen.
De dichtheid van zeewater is door het zout hoger dan die van zoet water, waardoor zeewater dus zwaarder is. Zeewater met een zoutgehalte van 3,5% bevriest pas bij -1,9 graden Celsius, terwijl zoet water bij 0 graden Celsius bevriest. Zeewater bereikt zijn hoogste dichtheid bij -1,33 graden Celsius en een zoutgehalte van 2,4%, zoetwater bij 4 graden Celsius. Hieruit volgt dat zout zee-ijs zwaarder zou moeten zijn dan zeewater (zoetwater-ijs is lichter is dan zoetwater). Het bevriezingsproces van zeewater verloopt echter niet plotseling, maar in stappen. Het zout wordt tijdens het bevriezingsproces uit het ijs gedrukt, waarna het zich door het ijs heen vreet, zodat zee-ijs een veel lager zoutgehalte heeft dan zeewater. Hierdoor drijft zee-ijs toch op zeewater.
Al het zout in de zee is oorspronkelijk afkomstig van opgeloste gesteenten, de verwering van de continenten en uit hete bronnen op de oceaanbodem. Geologen denken dat het zo'n 25 miljoen jaar heeft geduurd voor het huidige zoutgehalte bereikt was en zich een evenwicht instelde. De relatief snelle menging van het oceaanwater zorgt ervoor dat het zoutgehalte van de wereldzeeën tamelijk constant is. In de tropen bevat het water wat meer zout, bij de polen wat minder.
De grote warmte opslag capaciteit van water wordt door het zout nauwelijks beïnvloed.De koolstofverbindingen in het zeewater zijn van groot belang voor de stoffenhuishouding van de aarde. Omdat zeewater een chemische buffer vormt tussen kooldioxide (CO2), koolzuur (H2CO3) en hydrocarbonaat (HCO3) kan zeewater vijftig tot honderd keer zoveel kooldioxide opnemen dan normaal gesproken mogelijk zou zijn. Dit heeft een aanzienlijke invloed op de koolstofkringloop en het klimaat. De buffer zorgt er bovendien voor dat zeewater licht basisch is, met een pH-waarde van ongeveer 8.
Zeewater-verontreiniging
Naast de eerder genoemde stoffen komen in zeewater veel door de mens toegevoegde verontreinigende stoffen voor: olie, nutriënten, zware metalen, pesticiden, en radioactieve stoffen. Sinds men zich hiervan bewust is, worden steeds meer maatregelen genomen. Daardoor neemt de concentratie van deze stoffen geleidelijk af en wordt het zeewater weer schoner. Van veel zware metalen en pesticiden overschrijdt de concentratie echter nog altijd de streefwaarde.
Bovendien komt in zee veel zwerfvuil voor. Uit de uitkomsten van het Coastwatch-onderzoek blijkt, dat de hoeveelheid zwerfvuil nog altijd toeneemt.
Weblinks
Over zeewater:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Zeewater
Bron: de Vleet, Ecomare