Voedselketens
 Alle planten en dieren in de natuur zijn van elkaar afhankelijk. Ze hebben elkaar nodig, de één is het voedsel voor de ander. Planten groeien op basis van energie uit zonlicht en elementaire bouwstoffen, in het proces van fotosynthese. Dit noemt men de primaire productie. Alles wat daarna komt heet secundaire productie, het proces dat begint bij de plantenetende dieren. |
Kleine dieren worden vervolgens gegeten door grotere dieren en die, op hun beurt, weer door nog grotere. Dode planten, dieren en uitwerpselen zijn voedsel voor de opruimers in de natuur, die uiteindelijk de biomassa weer afbreken tot de elementaire bouwstoffen. Deze reeks van eten en gegeten worden heet een voedselketen.
In zee staan microscopisch kleine planten, het fytoplankton, aan de basis van de voedselketen. Deze zweven in het water, nemen elementaire bouwstoffen op en groeien met behulp van zonlicht. Het fytoplankton wordt vervolgens door het (eveneens vrij in het water zwevende) dierlijk plankton gegeten. Dit dierlijk plankton staat op het menu van kleine vissen zoals de zandspiering. Grotere roofvissen (zoals kabeljauw) doen zich tegoed aan de kleinere vissen. Aan de top van de voedselketen in zee staan de soorten die in staat zijn om de grote roofvissen te vangen: zeehonden, grote dolfijnen en mensen.
Dode planten en dieren worden opgegeten door de aaseters (zeesterren, krabben, garnalen) en de opruimers (schimmels en bacteriën). De opruimers zetten de biomassa weer om tot elementaire voedingsstoffen voor het fytoplankton en algen.
In kustgebieden is het water zo ondiep dat de zon tot de bodem van de zee schijnt. Daarom groeit ook fytoplankton op de bodem en kan de bodemfauna zich voeden met deze planten. Schelpdieren zoals mosselen en kokkels filteren het water en zeven het fytoplankton eruit. De bodemfauna wordt op zijn beurt weer gegeten door platvissen en wadvogels. Zeehonden en mensen staan ook hier aan de top omdat ze veel platvis eten.Schadelijke stoffen kunnen zich in de voedselketen ophopen, een proces dat bio-accumulatie wordt genoemd. |
Vele voedselketens vormen samen een voedselweb
In zee vormen de verschillende voedselketens meestal geen eenvoudige ketting van elkaar opvolgende schakels, maar hebben de ketens relaties in de vorm van een groot voedselweb. Zeesterren of krabben zijn niet altijd opruimers maar eten ook levende bodemdieren. Bij sommige vissen, zoals kabeljauw en wijting, eten de grote oude vissen de kleine jongen. Wanneer een zwemkrab vervelt (en tijdelijk geen pantser heeft en dus weerloos is) loopt deze het risico door zijn eigen soortgenoten opgegeten te worden. Veel soorten dierlijk plankton eten geen planten maar elkaar; sommige kwallen eten zelfs vissen. Veel walvisachtigen eten, zo groot als ze zijn, dierlijk plankton.

Een soort kan in opeenvolgende stadia van zijn leven verschillende rollen in het web spelen. Een kabeljauw bijvoorbeeld, begint zijn leven als kleine larve tussen het plankton en wordt dan gegeten door de grotere planktoneters, zoals de haring. Kabeljauwen die hieraan ontsnappen nemen later revanche en voeden zich dan onder andere met haringen. Bouwstoffen circuleren voortdurend door het voedselweb. Men heeft het daarom ook over kringlopen.
Weblink
Voedselweb in de Noordzee:
http://www.belspo.be/belspo/science/section/northsea/northsea3_nl.stm
Bron: de Vleet, Ecomare