Kolblei

De kolblei lijkt op de brasem, maar is lichter gekleurd. Kruisingen tussen beide vissoorten komen echter vaak voor. De kolblei zoekt net als de brasem zijn eten op de bodem, maar heeft een gevarieerder dieet. De soort eet kreeftachtigen en slakjes, maar ook waterplanten, algen en detritus.

De kolblei komt vooral voor in de rivieren en in grote meren en plassen, maar meestal minder frequent dan de brasem. De kolblei is voor zijn voortplanting sterk afhankelijk van ondiep water, waarin voldoende onderwater- en oeverplanten aanwezig zijn, in tegenstelling tot de brasem en de blankvoorn, die zich ook prima in een plantenarme omgeving kunnen voortplanten. De paaitijd van de kolblei ligt tussen mei en juli.

Net als brasem had kolblei niet zoveel last van de vermesting in de jaren zestig van de vorige eeuw. Ook is de kolblei bestand tegen brak water, waardoor hij bijvoorbeeld kan leven in het stroomgebied van de Elbe, de Weser en de Eems. De kolblei komt alleen in Europa voor in het gebied ten westen van de Oeral en ten noorden van de Alpen.

Namen:
Ned: Kolblei (blei, bliek, kalfoog, kol, kolfoog, kolbliek, koloog, platje, platter, puiloog, pijloog)
Lat: Abramis bjoerkna (Blicca bjoerkna)
Eng: Silver bream
Fra: Brème bordelière
Dui: Güster (Blicke)

Bron: de Vleet, Ecomare

naar boven
Zie ook: Noordzeenatura2000, Ecomare, NIOZ, IMARES, VLIZ, Stichting de Noordzee, NIOO, NAM, NWO-ZKO

algen, bruinvis, deltagebied, dolfijnen, energie uit zee, films, fotografie, garnalen, haaien, inktvissen, koudwater koraal, krabben, kwallen, lesmateriaal, natuurbescherming op zee, nederlands continentaal plat, noordzee, roggen, schelpen, vleet, waddenzee, wieren, wrakken, zee, zeedieren, zeehonden, zeeinzicht, zeescheepvaart, zeevissen, zeevisserij, zeevogels