Flagellaten
Een belangrijke groep algen in het fytoplankton zijn de flagellaten. Flagellaten lijken op rondwentelende ruimtescheepjes, voorzien van 'antennes'. Zo zien de zweepharen er uit, waarmee deze algjes zich voortbewegen. Dat voortbewegen stelt niet zoveel voor: enkele meters per uur, net genoeg om niet te zinken. Er zijn flagellaten met een uitwendig skelet (dino-, kalk- en kiezelflagellaten) en flagellaten zonder skelet.
Dinoflagellaten (pantserwieren) zijn ongeveer even groot als diatomeeën, maar in plaats van een kiezelskelet hebben zij een pantser van cellulose-platen. Ook dinoflagellaten kunnen zeer verschillend van vorm zijn: rond, langgerekt, boogvormig, dikwijls met stekels. Met behulp van twee zweepharen kunnen zij zich verplaatsen.
Plaagalgen
Schuimpakketten (veroorzaakt door de flagellaat Phaeocystis) en verkleuring van het zeewater (bijvoorbeeld als gevolg van de bloei van zeevonk) zijn nog vrij onschuldige verschijnselen die optreden bij algenbloeien. Er zijn echter ook algensoorten die giftige stoffen afscheiden. In het voor Nederland belangrijke deel van de Noordzee komen in totaal 19 soorten fytoplankton voor die tot de plaagalgen gerekend kunnen worden. Erg veel onderzoek naar deze algen is nog niet verricht. Wat wel bekend is, is dat ze stikstof en fosfaat opnemen en dat ze niet tegen turbulentie in het water kunnen. Turbulentie ontstaat door eb en vloed en door de wind en is het sterkst in ondiep water. Een ideaal gebied voor algenbloei is daarom het Friese Front, circa 50 kilometer ten noorden van de waddeneilanden, want daar is het zeewater rustig omdat er weinig stromingen zijn.
Momenteel wordt er onderzoek gedaan naar de voorspelbaarheid van zulke bloeiperiodes van plaagalgen. Met een goede voorspelling kunnen sluizen gesloten worden of een zwemverbod afgekondigd. Voor het onderzoek wordt gewerkt met satellietbeelden van algenbloei die tot de ontwikkeling van modellen moeten leiden. Ook worden dagelijks watermonsters genomen om te kijken hoeveel algen van welke soort op welk moment aanwezig zijn.
Via het ballastwater van zeeschepen kunnen gifalgen over de hele wereld worden getransporteerd. Dat kan ook gebeuren door import en export van schelpdieren. De Nederlandse importnormen werden in 1998 versoepeld, waardoor de kans op introductie van niet-inheemse soorten wordt vergroot.
Weblinks:
Meer informatie over bloei van schadelijke algen en zeevonk op de engelstalige website
http://www.agu.org/revgeophys/anders01/node1.html
Database met tienduizenden algen (voor foto's: ga naar search>images>browse an album):
http://www.algaebase.org
Engelstalige site over dinoflagellaten met veel foto's:
http://www.marbot.gu.se/SSS/dinoflagellates/dino_frame.htm
Bron: de Vleet, Ecomare