Ecosysteemdoelen Noordzee
Om de natuur op zee te kunnen beschermen moet je weten waar de waardevolle natuur te vinden is, wat de huidige kwaliteit van de natuur is en welke kwaliteit gewenst is. Mede ten behoeve van de uitwerking van het natuurbeleid en het ruimtelijke beleid op de Noordzee (zie Nota Ruimte) is dit soort kennis samengebracht in het project 'Ecosysteemdoelen Noordzee'. Een uitwerking van deze doelen heeft geleid tot de natuurwaardenkaart voor het Nederlandse deel van de Noordzee.
In de nota "Natuur voor mensen, mensen voor natuur" uit 2000 stelt de Nederlandse overheid de twaalf ecosysteemdoelen voor de Noordzee vast.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de doelen. De nummers zijn gekoppeld aan de toelichting per doelstelling en een tabel met de graadmeters voor het bereiken van het doel.
| samenhang en dynamiek |
| 1 | De natuurlijke dynamische processen handhaven als essentiële randvoorwaarde voor de natuurlijkheid van de zee en kustzone (bijvoorbeeld de grootschalige zand- en slibtransporten naar de Waddenzee en de aanvoer van zand en zout naar de droge kustzone). |
| 2 | Instandhouden en zo nodig herstellen van aanwezige voedselketens en de bijbehorende natuurlijke productiviteit van de zee. |
| 3 | Vergroten van het estuariene karakter (de natuurlijke overgang van zoet-brak-zout, getijden- en intergetijdengebieden) van de kustzone, in het bijzonder in het deltagebied. |
| biodiversiteit |
| 4 | Behouden en zo nodig herstellen van karakteristieke levensgemeenschappen en bijbehorende leefgebieden van zee, kustzone en deltagebied. |
| 5 | Hooguit incidenteel optreden van algenbloei en behouden en zo nodig herstellen van een natuurlijke diversiteit in het plankton. |
| 6 | Diversiteit van de bodemfauna behouden en zo nodig herstellen, inclusief populaties van langlevende en langzaam voortplantende soorten. |
| 7 | Diversiteit van de visfauna bevorderen door het behouden en zo nodig herstellen van: a. paai- en kinderkamergebieden; b. een meer evenwichtige populatieopbouw; c. een natuurlijke omvang van visbestanden: d. populaties van langlevende en langzaam voortplantende soorten |
| 8 | Instandhouden en zo nodig herstellen van de leefomstandigheden voor populaties van ruiende, overwinterende, trekkende en broedende zee- en kustvogels, zoals voedselvoorraad, ruimte en broedgelegenheid. |
| 9 | Instandhouden en zo nodig herstellen van de leefomstandigheden voor populaties zeezoogdieren. |
| Belevingswaarde |
| 10 | Handhaven van de mogelijkheden voor het ervaren van de dynamiek van de natuurkrachten wind, water, zand en zout op de overgang van open water naar droge kustzone. |
| 11 | Handhaven van de openheid, weidsheid, stilte en duisternis; dit geldt voor de gehele kustlijn in noord-zuid-richting en loodrecht op het strand tot aan de zichtlijn ('schone horizon'). |
| 12 | Handhaven en waar mogelijk bevorderen van de mogelijkheden om de aanwezigheid van bijvoorbeeld vogels, vissen en zeezoogdieren te ervaren. |
| Bron: LNV 2000: Natuur voor mensen, mensen voor natuur. |
In het rapport "Met de natuur in zee" verkent het expertisecentrum LNV de mogelijke conflicten tussen de ecosysteemdoelen en de menselijke activiteiten op en rond zee. Verder zijn voor een aantal doelstellingen graadmeters uitgewerkt ("Parameters Ecosysteemdoelen Noordzee", 2002).
Doel 1: De natuurlijke dynamische processen handhaven.
De zeestromingen en het bijbehorende transport van zand en slib op volle zee zullen alleen verstoord raken door grootschalige zandwinning in diepe putten. Dit komt nu nog niet voor, maar er zijn wel plannen in die richting (winning betonzand op de Noordzee). Stromingspatronen langs de kust (de 'kustrivier') kunnen verstoord raken door de aanleg van de Tweede Maasvlakte, onderhoud aan pieren en vaargeulen, kustverdedigingswerken en, in beperkte mate, door de visserij.
De voorgestelde graadmeters voor deze doelstelling zijn samengevat in onderstaande tabel.
| parameter | huidige waarde | streefwaarde |
| larvenstroom naar kust en Waddenzee | onbelemmerd | onbelemmerd |
| slibtransport naar de Waddzenzee (106 ton/jaar) | 20 | 20 |
| Bron: Parameters Ecosysteemdoelen Noordzee, Expertisecentrum LNV 2002 |
Doel 3: Vergroten van het estuariene karakter (vooral deltagebied).
De kwaliteit van het ecosysteem in de deltawateren staat vooral onder druk door de nog steeds hoge concentraties vervuilende stoffen in de Scheldewater. Ook de concentraties aan nutriënten zijn te hoog, hetgeen kan leiden tot de bloei van gif- of plaagalgen. Verder stelt men dat de kokkelvisserij een bedreiging vormt voor de vogelpopulaties en de schelpdierteelt het risico met zich mee brengt dat er systeemvreemde soorten in de deltawateren terecht komen (zoals de afgelopen decennia is gebeurd met de Japanse oester). De aanleg van de Tweede Maasvlakte betekent een grote aanslag op het bestaande intergetijdegebied.
In de grote getijdenwateren van de Delta is het getijde aanzienlijk getemperd door de Deltawerken. Toename van het verschil tussen hoog- en laagwater (het verval) zou ertoe leiden dat het areaal aan droogvallende platen weer sterk kan toenemen.
De voorgestelde graadmeters voor het bereiken van deze doelstelling zijn vervat in onderstaande tabel:
| Parameter | huidige waarde | streefwaarde |
| Droogvallende platen (in ha) | 20.000 | 40.000 |
| Verval (m) | afname | toename |
| grenzen zoet/brak/zout | verstoord | historische posities |
| Bron: Parameters Ecosysteemdoelen Noordzee, Expertisecentrum LNV 2002 |
Doel 5: Hooguit incidenteel optreden van algenbloei en behouden en zo nodig herstellen van een natuurlijke diversiteit in het plankton.
Het bereiken van dit doel wordt vooral belemmerd door de nog steeds hoge aanvoer van nutriënten naar het zeewater. De bloei van niet-giftige organismen, zoals pheaocystis en zeevonk kan plaatselijk leiden tot het ontregelen van het ecosysteem. Bloei van giftige algen, zoals dynophisis, levert gevaren op voor alle planktoneters, maar ook (vooral via schelpdieren) voor de mens. Nieuwe giftige algen kunnen via het ballastwater van de scheepvaart terecht komen in het Noordzee-ecosysteem. Verder verwacht men dat er bij grootschalige zandwinning zo veel vertroebeling van het zeewater kan optreden, dat dit invloed zal hebben op het plankton.
De voorgestelde graadmeters voor het bereiken van deze doelstelling zijn vervat in onderstaande tabel:
| parameter | huidige waarde | streefwaarde |
Nutriënten (kust) in de winter . gehalte N en P (-mol/l) . verhouding N en P . emissie N en P (ton/jaar) | N 60-90; P 1,4-3,0 23 N 400; P24 | N 14-24; P 0,6-0,7 16 0 |
| Chlorofyll a (mg/m3) | 15-20 | 7 |
aanwezigheid plaagalgen (cellen/liter) . Karenia mikimotoi . Alexandrium spp. . Dinophysis spp. . Pseudonitzschia spp. |
1 1 10.000 10.000.000 |
1 1 100 1000 |
| aanwezigheid Pheaocystis (aantal dagen > 106 cellen/liter) | 40 | 10 |
| zuurstofgehalte (mg O2/l) | 5 | 6 |
| ballastwater (%behandeld) | 0 | 100 |
| Bron: Parameters Ecosysteemdoelen Noordzee, Expertisecentrum LNV 2002 |
6: Diversiteit van de bodemfauna behouden en zo nodig herstellen, inclusief populaties van langlevende en langzaam voortplantende soorten.
De bodemfauna in de Noordzee heeft vooral te lijden van de boomkorvisserij met wekkerkettingen. Langlevende diersoorten, zoals de noordkromp en de noordhoren, gaan sterk achteruit in de gebieden waar intensief op platvis wordt gevist. Maar ook andere schelpdieren, stekelhuidigen, krabben en kreeften en bodemvissen verdwijnen om plaats te maken voor een fauna die vooral uit wormachtigen bestaat. Daarnaast staat de bodemfauna ook onder invloed van de vervuiling. Vooral de eutrofiëring kan leiden tot verstoringen of een andere samenstelling van de fauna.
De aanleg van de Tweede Maasvlakte betekent het verdwijnen van een aanzienlijke oppervlakte aan biotopen in de ondiepe kustzone.
Olie- en gaswinnigsplatforms hebben indirect een gunstig effect op de bodemfauna. Rond elke installatie geldt een veiligheidszone met een straal van 500 meter, waarbinnen scheepvaart, visserij en activiteiten als zandwinning niet zijn toegestaan. In deze zones is de verstoring van de bodemfauna veel minder dan elders op zee. Plaatselijk kan de stort van boorgruis wel leiden tot verstoring.
Ook toekomstige windmolenparken en de eventueel te plaatsen zendinstallatie zullen omgeven zijn door een veiligheidszone die gunstig is voor de bodemfauna.
De voorgestelde graadmeters voor het bereiken van deze doelstelling zijn vervat in onderstaande tabel:
| parameter | huidige waarde | streefwaarde |
| populatieomvang noordkromp in het noordelijk NCP (aantal dieren/m2) | 10-50 | 50 |
| populatieomvang wulk in het zuidelijk NCP (aantal dieren/m2) | 0,01 | 0,05-1,5 |
| imposex Wulk (open zee) en purperslak (kust) (% van vrouwtjes) | 25-100 | <10 |
| Diversiteitsindex (Shannon-Wiener) | gebiedsafhankelijk 1,1-3,0 | verhogen |
| Areaal zonder bodemberoering (percentage NCP minder dan 1x per 10 jaar bevist) | 9 | 15 |
| Oesterbanken (ha) | 0 | 15 |
| Bron: Parameters Ecosysteemdoelen Noordzee, Expertisecentrum LNV 2002 |
Doel 7: Diversiteit van de visfauna bevorderen
Ook voor de bodemvissen is de veligheidszone rond offshoreplatforms en windmolenparken een uitwijkplaats. Vervuiling door de offshore en scheepvaart kan een bedreiging vormen. Grindwinning is schadelijk voor de soorten die hun eieren afzetten op grindbodems (zoals de haring).
De visserij heeft grote invloed op de visbestanden. De doelsoorten dreigen overbevist te raken en onbedoeld meegevangen soorten, zoals haaien en roggen, zijn sterk in betekenis achteruit gegaan. Haaien en roggen zijn ook gevoelig voor de electromagnetische velden die worden opgewekt door electriciteits- en telefoniekabels.
De aanleg van de Tweede Maasvlakte heeft, via het verleggen van de kustrivier, vermoedelijk een niet gering ongunstig effect op de migratie van vislarven naar de kraamkamer in de Waddenzee.
De voorgestelde graadmeters voor het bereiken van deze doelstelling zijn vervat in onderstaande tabel:
| parameter | huidige waarde | streefwaarde |
| gemiddelde grootte van de visgemeenschap (%>25 centimeter) | 28 | 40 |
aanwezigheid langlevende soorten (aantal/km2) . stekelrog . grote pieterman |
0,1-0,3 0 |
6 50 |
paaibiomassa commerciële soorten boven het voorzorgsniveau (miljoen kilogram) . haring . kabeljauw . schol . zandspiering . tong . wijting |
772 54 289 706 40 257 |
1300 150 300 600 35 315 |
discards (% gewicht van de vangst) . vis . bodemdieren |
27 46 |
minmalisatie minimalisatie |
| Diversiteit (aantallen en soorten) | onbekend | verhoging |
| Bron: Parameters Ecosysteemdoelen Noordzee, Expertisecentrum LNV 2002 |
Doel 8: Instandhouden en zo nodig herstellen van de leefomstandigheden voor zee- en kustvogels
Verlichte booreilanden kunnen negatieve effecten hebben op trekkende vogels. Ook kunnen vogels het slachtoffer worden van de gasvlam bij het affakkelen van gas dat bij de exploratieboringen vrij komt. Maar ernsiger zijn de risico's van de lozingen van minerale en plantaardige olie door de scheepvaart.
De visserij heeft zowel positieve als negatieve invloed op de vogels. Nogal wat zee- en kustvogels raken verstrikt in staand want. De schelpdierenvisserij in de getijden- en kustwateren pleegt een aanslag op de voorraden stapelvoedsel, zoals kokkels en spisula. Positief is het effect van de bijvangst die vanaf de boomkorkotters overboord gaat. Vooral meeuwen en stormvogels profiteren daarvan.
De invloed van vervuiling op vogels wordt minder ernstig geacht. Effecten van stoffen als PCB's op het immuunsyteem van de vogels zijn niet voldoende onderzocht.
Windmolenparken en een eventuele zendinstallatie brengen voor de vogels het risico van aanvaringen met zich mee. Militaire activiteiten verstoren rustende en foeragerende vogels.
De recreatie op het strand en in het kustwater kan foeragerende vogels verstoren en broedplaatsen laten verdwijnen. De aanleg van de Tweede Maasvlakte zou het verlies van een groot foerageergebied betekenen.
De voorgestelde graadmeters voor het bereiken van deze doelstelling zijn vervat in onderstaande tabel:
| parameters | huidige waarde | streefwaarde |
| broedparen dwergstern (aantal) | Waddenzee 150 Delta 350 | Waddenzee 200 Delta 500 |
| broedparen strandplevier (aantal) | Waddenzee 60-80 Delta 200 | Waddenzee 150 Delta 300 |
| zwarte zee-eend (aantal) | 100.000 | gelijk |
| zeekoet en alk (aantal) | NCP 200.000 Bruine bank >1/km2 | gelijk |
| areaal broedgebied dwergstern en strandplevier (ha) | 2000 | 4000 |
aanwezigheid stapelvoedsel en kleine vis . zandspiering . haring . sprot . schelpdieren |
1145 825 onbekend 10-225 |
1300 600 o.b.v. jaaradvies nader te bepalen |
olieslachtoffers (% met olie besmeurde dode vogels op het strand) . zeekoet (open zee) . zwarte zee-eend (kust) |
70-80 70-80 |
0 0 |
| Bron: Parameters Ecosysteemdoelen Noordzee, Expertisecentrum LNV 2002 |
Doel 9: Instandhouden en zo nodig herstellen van de leefomstandigheden voor populaties zeezoogdieren.
Omdat ze aan de top van de voedselketen staan hebben zeezoogdieren relatief het meeste last van de vervuiling van de zee, of die nu afkomstig is van de offshore, van de scheepvaart of van het land. Voortplantings- en gezondheidsproblemen kunnen het gevolg zijn.
Staand want-visserij levert problemen op voor zeezoogdieren. Bruinvissen kunnen verdrinken in de netten van de kabeljauwvissers, zeehonden kunnen verdrinken in fuiken zonder keerwant.
Tenslotte is de verstoring van rustende zeehonden een probleem. Dit kan worden veroorzaakt door recreanten (op het strand of in de getijdengebieden), door de scheepvaart of door militaire activiteiten.
De voorgestelde graadmeters voor het bereiken van deze doelstelling zijn vervat in onderstaande tabel:
| parameter | huidige waarde | streefwaarde |
| gewone zeehond (aantal) | Waddenzee 5000 Voordelta 130 | Waddenzee >6500 Voordelta 300 |
| bruinvis (aantal) | NCP 20.000 Voordelta 30 | NCP 50.000 Voordelta > 250 |
areaal rust- en zooggebied voor zeehonden (ha) . Wadden . Delta |
gelijk houden 20.000 |
40.000 |
aanwezigheid stapelvoedsel en kleine vis . zandspiering . haring . sprot |
1145 825 onbekend |
1300 600 o.b.v. jaaradvies |
| bijvangst zeezoogdieren (% van de populatie) | 2,7 (Noordzee) | <1,7 |
| Bron: Parameters Ecosysteemdoelen Noordzee, Expertisecentrum LNV 2002 |
Doel 10: Handhaven van de mogelijkheden voor het ervaren van de dynamiek van de natuurkrachten wind, water, zand en zout op de overgang van open water naar droge kustzone.
In het kader van dit doel heeft men geen duidelijke effecten van menselijke activiteiten kunnen vaststellen.
Doel 11: Handhaven van de openheid, weidsheid, stilte en duisternis; dit geldt voor de gehele kustlijn in noord-zuid-richting en loodrecht op het strand tot aan de zichtlijn ('schone horizon').
Statische constructies zoals booreilanden en windmolenparken verstoren de open horizon. Schepen op zee daarentegen versterken het gevoel van een open weidsheid. Militaire oefeningen en luidruchtige vormen van watersport verstoren de stilte.
De voorgestelde graadmeter voor deze doelstelling is samengevat in onderstaande tabel.
| parameter | huidige waarde | streefwaarde |
| onbelemmerd uitzicht | onbekend | huidige situatie handhaven |
| Bron: Parameters Ecosysteemdoelen Noordzee, Expertisecentrum LNV 2002 |
Doel 12: Handhaven en waar mogelijk bevorderen van de mogelijkheden om de aanwezigheid van bijvoorbeeld vogels, vissen en zeezoogdieren te ervaren.
Vervuiling speelt een aanzienlijke rol in het kader van deze doelstelling. Olieslachtoffers en zwerfvuil verminderen de belevingswaarde van de kustnatuur in aanzienlijke mate. Verder speelt ook hier de verstoring door recreatie en militaire activiteiten een rol.