Copepoden (roeipootkreeftjes)

Roeipootkreeftjes zijn de 'watervlooien van de zee'. Ondanks het feit dat ze heel klein zijn, zijn zij door hun enorme aantallen de belangrijkste groep van het dierlijk plankton in zee. Met een fijnmazig netje van borstelharen op hun monddelen verzamelen ze hun voedsel uit het water. Ze eten beestjes en algen die nog kleiner zijn dan zijzelf. Heel veel grotere dieren, zoals haring en makreel, maar zelfs sommige walvissen, leven van deze minikreeftjes. Roeipootkreeftjes zijn dan ook de belangrijkste schakel tussen het microscopische plankton en het overige dierlijk leven in zee.
De geschatte hoeveelheid roeipootkreeftjes die in alle wereldzeeën bij elkaar leven is 1.000.000.000.000.000.000! Er zijn ook veel verschillende soorten roeipootkreeftjes. Wel 12.000 soorten zijn inmiddels bekend.
Er is één andere groep dieren in de oceaan die ongeveer net zo belangrijk is als voedselbron. Dit is krill, een ander soort kleine kreeftjes die rond de Zuidpool in hele grote aantallen voorkomen. Krill is vooral bekend als het hoofdvoedsel van de walvissen die rond de Zuidpool leven. Roeipootkreeftjes zijn, bekeken op wereldschaal, minstens net zo belangrijk als krill.
Kenmerken
Verspreiding en habitat
Roeipootkreeftjes komen wereldwijd voor in alle oceanen en zeëen. Sommige soorten leven 's nachts dicht bij de oppervlakte, waar ze ook eten. Bij zonsopkomst laten ze zich weer afzakken naar diepe, donkere stukken in zee. Het zou kunnen dat ze dit doen om vijanden te vermijden, of dat ze niet zo goed tegen zonlicht kunnen omdat ze snel verbranden. De ideale leefomgeving van een roeipootkreeftje verschilt per soort. Sommige zwemmen los in het water, anderen leven op de bodem van de zee, sommigen zijn parasieten en leven in of op andere vissen, zoals de walvisluis.
Ontwikkeling van roeipootkreeftjes

De mannetjes roeipootkreeftjes ontwikkelen een spermatofoor, een zakje met sperma, die ze in het vrouwtje legen. Na de bevruchting legt het vrouwtje de eieren één voor één in het water of, bij sommige soorten, vormt ze eizakken die ze onder het achterlichaam draagt. De jonge roeipootkreeftjes komen na een paar dagen uit het ei, maar lijken dan nog niet op de volwassen vorm. Om die te bereiken moeten ze twaalf ontwikkelingsfasen doorlopen (zie foto). Net als bij andere kreeftachtigen vormt de huid een skelet dat hen belemmert om te groeien. Ze kunnen alleen maar groter worden door te vervellen en dan snel te groeien voordat de nieuwe huid weer hard wordt. Bij elke vervelling gaan roeipootkreeftjes over naar een volgende ontwikkelingsfase.
In de eerste zes fasen heten ze nauplius-larven. De kreeftjes hebben dan nog geen zwempoten, maar al wel 3 paar monddelen, waarmee ze zwemmen en voedsel verzamelen. Na het zesde stadium lijken de larven al meer op volwassenen. Het aantal lichaamsdelen en zwempoten neemt hierna bij elke vervelling toe. Pas in de twaalfde fase van ontwikkeling zijn ze volwassen en kunnen ze zich voortplanten.
Namen:
Ned: roeipootkreeft
Lat: Copepoda
Eng: Copepod
Dui: Ruderfußkrebs
Dan: Copepod (vandloppe)
Weblinks
Over copepoden en algenbloei:
http://www.rikz.nl/home/NL/Publicaties/zoutkranten/zoutkrant2002_2.pdf
Engelstalige site over copepoden en onderzoek:
http://www.nmnh.si.edu/iz/copepod/
Engelstalige site over hoe een copepod in elkaar zit (klik op links om verschillende uitleg te krijgen):
http://www.uni-oldenburg.de/zoomorphology/Biology.html
Engelstalige site over copepoden en hun relatie met de natuur:
http://www.fcps.k12.va.us/StratfordLandingES/Ecology/mpages/copepod.htm
Animaties van copepoden:
http://jaffeweb.ucsd.edu/pages/celeste/Animations/
Bron: de Vleet, Ecomare