Blankvoorn

De blankvoorn wordt zelden groter dan 35 centimeter en is een vis van zowel stromend als stilstaand water. Hij zwemt in scholen die eten in de buurt van begroeiing (riet, biezen), maar ook wel in open water. De blankvoorn is een echte alleseter. Jonge blankvoorn eet vooral watervlooien, terwijl de oudere dieren slakjes, driehoeksmosselen, insectenlarven, wormen en kreeftachtigen eten. De schelpdieren kan hij opeten omdat hij in zijn keel keeltanden heeft, die hij als een soort notenkraker gebruikt om de schelp kapot te krijgen. Daarnaast consumeert de blankvoorn ook plantaardig materiaal, vooral algen en detritus.
De blankvoorn lijkt op de bittervoorn, maar wordt een stuk groter. De vis is geslachtsrijp bij een lengte van ongeveer 15 centimeter die ze na 3 tot 5 jaar bereiken. Net als bij de bittervoorn zijn de mannetjes eerder geslachtsrijp dan de vrouwtjes. De maximale lengte van de blankvoorn is 45 centimeter, maar in Nederland zijn exemplaren van meer dan 35 centimeter zeldzaam.
De vis plant zich van eind april tot eind mei voort bij een watertemperatuur van 10 tot 16 graden Celsius. De eieren worden afgezet op waterplanten. Larven en juveniele blankvoorn blijven geruime tijd in de oeverbegroeiing.
De blankvoorn komt van boven de Alpen tot aan de Oeral en de Aralzee voor en kent ondersoorten tot in Oost-Azië. In Nederland komt hij overal voor.
Namen:
Ned: Blankvoorn (röts, ruts)
Lat: Rutilus rutilus
Dui: Plötze (Rotauge)
Eng: Roach
Fra: Gardon ordinaire
Weblink
Meer info en foto's:
http://www.digischool.nl/bi/onderwaterbiologie/html/biologie/zoetwate/blankvoorn.htm
Bron: de Vleet, Ecomare