Index

2010
2009
2008
28 november 2008De groeiringen van de venusschelp 29 oktober 2008Impressie onderzoeksreis Tridens 20080603nieuwsblogs 20080326nieuwsblogs
2007

Blog: Garnalen, op een bedje van beer

12 februari 2010


In het blog van ZeeinZicht vertellen zeeonderzoekers hun belevenissen. Elke week komt een andere onderzoeker aan het woord. Deze week is dat Anton Ervynck van het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed. Hij werkt er als bioloog in Vlaamse archeologische projecten en komt bij opgravingen in binnenlandse steden steeds weer in contact met…… de zee.

In de historische kern van de Vlaamse steden wordt druk gebouwd. Daarbij worden in de bodem vaak resten van oudere bewoning vernield. Dat laten archeologen natuurlijk niet zomaar gebeuren. Ze graven de plek eerst op, noteren wat er in de ondergrond zit en verzamelen alles uit vroegere tijden wat tevoorschijn komt. Een van de rijkste vindplaatsen blijken beerputten te zijn, ondergrondse bakstenen constructies waar menselijke uitwerpselen (beer) in terecht kwamen. Maar er zit niet alleen beer in een beerput want ook allerlei huishoudelijke resten en afgedankte spulletjes werden er in gegooid. Beerputten zijn de afvalcontainers uit de tijd vˇˇr de vuilniswagens.

Foto: Twee medewerkers van het VIOE graven een beerput op.

de vondsten te verzamelen, moet je de beerput in, daar is geen ontkomen aan. Een triestig lot voor een bioloog, zou je denken. Die moet toch zeehonden kunnen tellen op het wad, of met een onderzoeksboot de oceaan op? Toch valt het beerputonderzoek goed mee. De dieren die je er tegenkomt, zijn minstens zo boeiend als deze in de vrije natuur. Ze vertellen ganse verhalen, al zijn ze wel allemaal dood natuurlijk. En vaak zijn ze niet meer helemaal compleet. Dat heb je echter wanneer je studiemateriaal eeuwen oud is; alles is niet meer in zo’n goede staat. Maar elk nadeel heb z’n voordeel, zei ooit een beroemd filosoof. De ouderdom van de beerputten maakt dat de menselijke uitwerpselen volledig verteerd zijn, waardoor het opgraven een minder vieze klus is dan het op het eerste zicht lijkt.

Visresten uit een middeleeuwse beerput.

Maar wat is er biologisch nu zo interessant aan de inhoud van een middeleeuwse beerput? Wel, de vulling zit vrijwel altijd vol met dieren- en plantenresten die de gebruikers van de beerput hebben genuttigd. Hierdoor kunnen we onderzoeken wat ze konden vinden op de markt of uit eigen kweek haalden, hoe rijk ze waren, of welke voedingsregels ze in acht namen (bijvoorbeeld in kloosters). Het vroegere etensafval toont ook wat mensen aan producten uit de zee gebruikten, en naar het binnenland transporteerden.

Naast de knoken van huisdieren, en eventueel wat wild, zitten de beerputten van vroeger inderdaad vol met de schelpen van mossels, oesters, kokkels, en vooral ook met de botjes van heel veel vissen. Die laatste komen voor een deel uit het zoete water, maar ook vaak uit zee. Vooral vanaf het jaar 1000 werd zeevis steeds belangrijker voor de stedelijke bewoners. De vondsten laten tegelijk zien dat er steeds verder op zee gevist werd. Aanvankelijk visten ze op soorten uit de monding van de grote rivieren en uit de kustwateren. Geleidelijk gingen ze naar steeds diepere wateren op zoek naar grootschaliger vangsten, om uiteindelijk steeds meer noordelijk, extreem rijke visgronden te verkennen. Dat dit eeuwen later zou leiden tot een bijna definitieve uitputting van het leven in zee, konden de middeleeuwse vissers niet vermoeden.

Foto: Onherkenbare skeletresten.

Soms komen we dingen tegen die we echt niet kunnen plaatsen. De foto hierboven toont dierlijke resten die we in meerdere beerputten tegenkwamen. Maar we hadden geen idee wat het was. De resten gingen meestal naar de specialist die de insectenresten bestudeert. Maar ze kwamen even snel weer terug, met de boodschap dat het niet om insecten ging. Dat bleef zo maar duren tot we in een vrij recente beerput een volledige kop aantroffen van een dier dat bij ons nooit eerder bij een opgraving was gevonden……de Noordzeegarnaal.

Foto: Kop van een Noordzeegarnaal, uit een vrij recente beerput.

Met de garnaal voor ogen, bleken de eerder gevonden resten delen te zijn van de romp en de poten van dezelfde dieren. Eenmaal herkend, bleken garnalen trouwens wel vaker in onze binnenlandse beerputten voor te komen. Nu weten we dat er reeds in de late middeleeuwen (14de - 15de eeuw), en wellicht zelfs eerder, een bloeiende inlandse handel in deze dieren was. Tot ver in de 20ste eeuw werden garnalen vaak gegeten en waren ze eigenlijk niet zo duur. Nu zijn ze schaarser, door overbevissing kleiner, en meer een delicatesse.

Toen eenmaal, in de 16de eeuw, Amerika was ontdekt, en tomaten bij ons werden ingevoerd, kon het Belgische voorgerecht bij uitstek ontstaan: tomates crevettes. Bedruppel daarvoor garnalen met wat citroensap en schep er mayonaise door. Vul hiermee een uitgelepelde tomaat. Doe er dan nog een klein schepje mayonaise op en wat peterselie. Zet elke tomaat op een blaadje beer, pardon, sla, of garneer met toefjes tuinkers of peterselie.

Vriendelijke groeten, Anton

Meer weten?

Het onderzoek

De vulling van een beerput wordt in de Vlaamse archeologie ‘bemonsterd’. Dat betekent dat grote volumes uit de vulling worden gespoeld over zeven met een kleine maaswijdte (tot 0,5 mm doorsnede). Het sediment spoelt weg en alle vondsten die maar iets groter zijn dan een halve millimeter blijven achter.


Het natuurwetenschappelijk onderzoek binnen de archeologie probeert alle aspecten van het vroegere samenleven van mens, plant en dier in kaart te brengen. Dat kan gaan van jacht, landbouw of visserij, over het gebruik van dierlijke grondstoffen, de sociale relaties tussen mensen en dieren, of de verspreidingsgeschiedenis van soorten uit de wilde natuur. De studie gebeurt op het VIOE door een team van onderzoekers die zich specialiseren in stuifmeel, zaden, houtskool, hout, of allerlei categorieŰn van dierenresten. Het visonderzoek gebeurt aan het Koninklijk Belgisch Institituut voor Natuurwetenschappen, waarmee het VIOE al jaren lang samenwerkt.

naar boven

Meer informatie

Over het natuurwetenschappelijk onderzoek in de Vlaamse archeologie, en over de andere activiteiten van het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed, is meer informatie te vinden op www.vioe.be

naar boven

Bron

Anton Ervynck
Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed
Koning Albert II-laan 19 bus 5, B-1210 Brussel, BelgiŰ
E-mail: anton.ervynck@rwo.vlaanderen.be