Blog: Met recht een monsterklus!

In het blog van ZeeinZicht vertellen zeeonderzoekers hun belevenissen. Elke week komt een andere onderzoeker aan het woord. Deze week is dat Sander Holthuijsen van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek. Hij ronde deze week zijn monsterklus af; het op naam brengen en tellen van de bodemdieren in meer dan 5000 monsters uit de Waddenzee.

Gisteren hadden we feest! Toen het laatste monster was afgerond kwam de taart op tafel en gingen er flink wat schouderklopjes over en weer. Het is niet niks om van 5000 bodemmonsters alle levende dieren op naam te brengen en te tellen. Ik had het gisteren even snel uitgerekend, maar in totaal hebben we 300.000 individuen in onze handen gehad!

Foto: Het verzamelen van de monsters viel ook niet mee (foto: Rob Buiter)

Het verzamelen van de monsters van de droogvallende zandplaten in de Waddenzee is al een hele klus, 9 weken zijn we daarmee zoet. Maar daarna begint het echte werk eigenlijk pas. Hoewel we in het veld al wel wat soorten opschrijven, gaat het hele monster mee naar het laboratorium.

Foto: de schelpdieren en een aantal wormen brengen we in het veld al op naam.

De monsters worden eerst gekleurd met een kleurstof die hecht aan eiwit. Zo kunnen we tussen al het schelpengruis gemakkelijk de dieren vinden die bij het nemen van het monster nog leefden. Voor het wegen worden de dieren in een porseleinen bakje gedaan en gedurende enkele dagen gedroogd in een stoof met een temperatuur van 60°C . Het bakje met inhoud wordt daarna gewogen tot op één tienduizendste gram nauwkeurig. Daarna worden de bakjes in een verassingsoven gedaan met een temperatuur van 570°C . Na afkoelen worden de bakjes weer opnieuw gewogen, zodat het verschil van de twee gewichten het asvrijdrooggewicht oplevert. Alle dieren worden dus twee keer gewogen, en omdat bij de schelpdieren de schelp en het vlees apart gaan, gingen die dus vier keer op de weegschaal.

Foto: Tussen al het schelpengruis zoeken we naar wormen, kreeftachtigen en schelpdieren

In totaal hebben we 38.000 porseleinen bakjes gevuld, die allemaal 2 keer gewogen werden. Je kunt je misschien voorstellen dat dit met recht een monsterklus was. Vanaf januari zijn we met 3 man continu aan het uitzoeken en determineren, maar vanaf oktober tot december werken we er met wel 10 mensen aan, waarvan er één de hele week bezig is om bakjes in en uit de oven te doen en te wegen. Maar nu is het dus allemaal achter de rug. Voor even dan. Dit waren de monsters uit 2009. Op 2 januari beginnen we weer, nu met de monsters van 2010. Nog 5000 te gaan………

 

Groeten, Sander

Meer weten?

 

Het onderzoek

De Waddenzee is voor zowel Nederland als de rest van de wereld een belangrijk natuurgebied. Miljoenen vogels gebruiken het gebied om hun jongen groot te brengen, te overwinteren of gebruiken het als tussenstop tijdens hun trektocht van vaak duizenden kilometers. Ook voor veel vissoorten is het gedurende de eerste fases van hun leven een belangrijk gebied. Deze vogels en vissen eten voornamelijk kleine dieren die in of op de wadbodem leven, zoals schelpdieren, wormen en slakken. Om het belang van deze kleinere diertjes voor grotere vissen en vogels te begrijpen, moeten we eerst weten wat waar precies zit. Dan kunnen we ook zien of er misschien veranderingen optreden, waardoor bepaalde vogels of vissen het moeilijk zouden kunnen gaan krijgen.

Foto: een scholekster zoekt graag naar bodemdieren die niet te diep in de bodem leven.

In de jaren negentig is daarom een onderzoek gestart om het bodemleven in bepaalde delen van de Waddenzee te bemonsteren. Toen werd alleen het westelijke waddengebied bemonsterd. Sinds 2008 worden alle droogvallende platen in de hele Nederlandse Waddenzee bemonsterd. De afstand tussen de monsterpunten bedraagt 500 meter. Dit betekent dat er in totaal bijna 5000 monsters worden genomen! Het zal je dan ook niet verbazen dat dit een van de grootste onderzoeken is ter wereld als het gaat om bemonstering van de wadbodem.

Info

Het onderzoeksproject van Sander vormt een onderdeel van het
NWO Zee en Kust programma
dat zich richt op veranderingen in de Waddenzee. Het onderzoek wordt medegefinancierd door de
Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM)
. Onderzoeksproject: SIBES 2009 Subsidieverstrekker:
NWO
en de NAM

Bron

Sander Holthuijsen

Onderzoeker

Koninklijk Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek (NIOZ)

Sander.Holthuijsen@nioz.nl

Reacties welkom!